Vervallen panden roepen ergernis omwonenden op, maar gemeenten kunnen weinig
In dit artikel:
In bijna elke gemeente in Limburg staan panden die ernstig vervallen: afbrokkelende gevels, ingestorte daken, gebroken ruiten en begroeide interieurs. Voorbeelden die vaak genoemd worden zijn de Marijkezaal in Gebroek (Roermond), Cinema Palace in Maastricht, het voormalige postkantoor aan de Maastrichterlaan in Vaals, twee panden aan de Paardestraat in Sittard en het voormalige bordeel Bridge Inn in Roosteren. Gemeenten willen ingrijpen, maar lopen vaak vast op juridische en financiële grenzen.
Alleen rijks- en gemeentelijke monumenten kennen een formele instandhoudingsplicht; daarvoor kunnen gemeenten via bestuursrechtelijke stappen zoals last onder dwangsom of bestuursdwang proberen achteruitgang tegen te gaan. Voor niet-monumentale panden is de ruimte beperkter: de gemeente kan alleen optreden wanneer sprake is van een direct gevaar voor de veiligheid. Vaak blijft het bij gesprekken met eigenaren, die lang niet altijd tot actie leiden.
Waar gemeenten wel resultaat boeken, verloopt dat meestal via langdurige dossiers of door aankoop van het vastgoed. Roermond noemt langdurige pogingen rond de Marijkezaal; onlangs is er een kostenverhaalsovereenkomst met een ontwikkelaar voor bijna 90 woningen, maar er lopen nog twee bezwaren tegen de vergunning. Cinema Palace kreeg na jaren van strijd plannen voor herontwikkeling: de voorgevel blijft, de rest wordt grotendeels gesloopt. Aankoop door de gemeente leidde in Geleen tot sloop van een gevaarlijk pand aan de Eindstraat en ruimte voor nieuwbouw. Roermond kocht tijdelijk het voormalige V&D-pand om sloop en verkoop aan ontwikkelaars mogelijk te maken.
Sommige gemeenten kiezen strategisch voor opkoop en herbestemming om leefbaarheid en veiligheid te herstellen. Landgraaf gebruikt het beleid, dat men ‘wijk-accupuntuur’ noemt, bijvoorbeeld om een leegstaand tankstation te transformeren tot park in samenwerking met buurtbewoners. Maar opkoop is kostbaar en onhaalbaar als veel eigenaren niet willen verkopen.
Kortom: probleem en wil zijn er, maar juridische beperkingen, ontbrekende businesscases, bezwaarprocedures en financiële drempels maken dat de aanpak van verloederde panden in Limburg vaak moeizaam en traag verloopt.