Vijf jaar na het hoogwater: minstens 15 miljoen euro bereikte gedupeerden niet
In dit artikel:
Vijf jaar na de overstroming van juli 2021 in Limburg blijkt dat de financiële nasleep voor veel gedupeerden nog altijd groot is. Volgens onderzoeksbureau Deltares liep de totale schade op tot circa 433 miljoen euro voor particulieren, bedrijven en overheden. Het blijft daarbij opvallend dat Limburg het bij materiële schade hield, terwijl de watersnood net over de grens in Wallonië en de Duitse Ahrvallei veel dodelijker was.
Verzekeraars betaalden bijna de helft van de Limburgse schade uit: in totaal ongeveer 211 miljoen euro, vooral in Zuid-Limburg en rond Valkenburg. Toch zaten veel inwoners langs beken en kleine rivieren destijds in de knel, omdat hun schade toen nog vaak niet verzekerbaar was. Inmiddels bieden verzekeraars daarvoor doorgaans wel dekking.
De overheid zette de Wet Tegemoetkoming Schade bij Rampen (WTS) in, die in totaal ruim 88 miljoen euro uitkeerde. Daarnaast kwamen er allerlei extra regelingen en fondsen, zoals acties van het Rampenfonds en specifieke vergoedingen voor huishoudens, teeltschade en ondernemers. Juist daar ging het mis: van de 21 miljoen euro voor omzetschade bereikte slechts vijf miljoen daadwerkelijk de getroffen ondernemers, terwijl de rest op de plank bleef liggen. Ook bij het Rampenfonds bleef geld over en belandde een deel in de reserves.
Lokale bestuurders noemen de afhandeling ingewikkeld en ontoereikend. Zij wijzen erop dat veel mensen met forse restschulden achterbleven en dat niet alle soorten schade, zoals aan opritten, terrassen of voertuigen, onder de regelingen vielen. In hun ogen volgde er na de wateroverlast een tweede ramp: die van de financiële afwikkeling.
Vandaag Inside: Harry Mens krijgt pikante vraag van Business Class-gast: 'Moet ik nog een knoopje losdoen?'