Visueel antropoloog kijkt ogen uit tijdens vastelaovend in Maastricht
In dit artikel:
Mariken Baneke uit Mook doet veldwerk tijdens de vastelaovend in Maastricht als onderdeel van haar studie Visuele Antropologie aan de Universiteit van Amsterdam. In plaats van een schriftelijke scriptie maakt ze een documentaire van circa 30 minuten; ze is inmiddels anderhalve maand in de stad en verwacht de film en resultaten over drie maanden te presenteren.
Haar onderzoek onderzoekt wat carnaval mensen bindt: welke rituelen (zoals de symbolische sleuteloverdracht waarbij een prins tijdelijk ‘de macht’ krijgt) een gevoel van saamhorigheid creëren en hoe culturele uitingen bijdragen aan groepsidentiteit. Baneke raakte snel ingebed via contacten met carnavalsvereniging De Tempeleers en verschillende zaate hermeniekes.
Een belangrijke bevinding is dat het carnaval in Maastricht sterk lokaal gekleurd is. Dialect, eigen liedjes en trots op de stad maken het feest vooral plaatsgebonden; veel Maastrichtenaren vieren carnaval vooral in hun eigen stad. Daarnaast viel haar de opvallende harmonie tussen zaate hermeniekes op: orkesten spelen naast elkaar en verwelkomen ook muzikanten die spontaan meedoen — een dynamiek die ze in haar geboortedorp Mook niet ziet.
Samengevat: Baneke concludeert dat het carnaval in Maastricht een combinatie is van intense lokale chauvinisme, herkenbare rituelen die representatie en verbondenheid scheppen, en een muzikale, informele saamhorigheid die het feest zijn eigen dynamiek geeft.