Vlaaiensoap nog niet ten einde: fabrieksbakker wil vlaai van 4 dagen oud nog verkopen als dagvers
In dit artikel:
De discussie over de beschermde aanduiding ‘Limburgse vlaai’ draait om de vraag hoe strikt de voorwaarden voor het streekproduct moeten worden toegepast. Sinds 22 januari 2024 is Limburgse vlaai door de Europese Unie erkend als Beschermde Geografische Aanduiding (BGA). Volgens de regels moet de vlaai binnen één dag na productie worden verkocht.
De industriële bakkerij Goedhart uit Panningen, die sinds de jaren zestig wekelijks duizenden vlaaien maakt voor supermarkten in heel Nederland, vindt die termijn te beperkt. Het bedrijf wil de vlaaien vier tot zes dagen na productie als Limburgse vlaai kunnen verkopen, omdat ze via een distributiecentrum naar de winkels gaan. Aanleiding voor de rechtszaak is bovendien de vraag of de minister bevoegd was om het oorspronkelijke erkenningsdossier te wijzigen. Die wijziging volgde nadat een rekenfout bij Belgische ambachtelijke bakkers was ontdekt; daarbij werd ook de definitie van ‘dagvers’ verduidelijkt.
Goedhart verloor in 2025 al een bezwaarprocedure en stond dinsdag bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven tegenover de minister en de Nederlandse bakkersorganisatie NBOV. De advocaten van Goedhart stellen een schikking voor. De partijen krijgen twee weken om tot een concreet voorstel te komen. Lukt dat niet, dan doet het College op 22 december uitspraak. Als de wijziging procedureel niet rechtsgeldig blijkt, moet de aanvraag mogelijk opnieuw langs een Europese instantie.
Vandaag Inside: Johan Derksen open over huiselijk geweld: ‘Ik lag te bidden dat m’n vader m’n moeder niet zou slaan’