Vrijdag de 13e voor vastelaovend: hier moet je op letten als je bijgelovig bent
In dit artikel:
De vrijdag vóór vastelaovend valt dit jaar op de 13e en wordt volgens bijgeloof als een ongeluksdag gezien. Voor wie die dag scholieren- of ambtenarencarnaval viert: let op een aantal traditionele omienamen die men verband houdt met pech.
Bij het schminken: zet het spiegeltje goed vast; een gebroken spiegel zou volgens oud geloof zeven jaar ongeluk brengen (een idee dat teruggaat op de Romeinen en het geloof dat het lichaam zich om de zeven jaar vernieuwt). Open een paraplu liever pas buiten; binnen een paraplu openen werd vroeger als gevaarlijk en onheilspellend beschouwd doordat het ijzeren frame schade kon veroorzaken. Een zwarte kat die je pad kruist blijft een klassieke pech‑teken — middeleeuwse associaties met hekserij speelden daarin een rol.
Ook huishoudelijke ongelukstekens komen aan bod: zout morsen zou ongeluk brengen, maar je kunt het 'tegenwerken' door wat zout over je linkerschouder te gooien; suiker morsen tijdens het bakken van nonnevotten (carnavalskoeken) wordt juist gezien als een voorteken van visite. Historicus Hugo Luijten legt uit dat de combinatie van vrijdag (in het christendom al beladen door Goede Vrijdag) en het getal 13 de basis vormt voor het bijgeloof.
Heeft iemand toch pech getrokken, dan bestaan er volgens volksverhalen ook remedies: een kruis slaan, op je schoen spugen tot het opdroogt, of andere, meer bizarre tradities om het ongeluk af te weren — voorbeelden die Luijten noemt tonen hoe diep en kleurig dit folkloristische repertoire is.