Waar komt de L in Vastelaovend eigenlijk vandaan? En wat maakt het überhaupt uit?

woensdag, 11 februari 2026 (10:04) - Dagblad de Limburger

In dit artikel:

Nog even geduld, dan barst het carnaval los: sommige mensen vieren drie dagen, anderen van vrijdag tot en met dinsdag en wie niet genoeg krijgt gaat soms al donderdag een dagje mee naar Kölle. De tekst noemt ook de lokale “hieringschelle” als feestje voor de echte volhouders.

Het artikel bespreekt de vraag waarom in het Limburgse woord vastelaovend een extra -l- zit — waarom niet vaste-avond? Twee verklaringen worden gegeven. De eerste splitst het woord in vastel + aovend en verbindt het met het Duitse faseln (‘onzin praten’), waaruit in dialect het woord wazel zou zijn ontstaan; vastelaovend zou dan vrij vertaald de avond van het “onzin verkopen” zijn. De tweede, historisch-fonetische uitleg legt het uit door een klinkerverbinding: net zoals in schrikkeljaar en in middeleeuwse vormen als lopeliaer, komt er een betekenisloze verbindingslettergreep -el- tussen delen te staan; voorbeelden uit het Middelnederlands zijn werkeldach, rusteldach en sitteldach. Deze verklaring wordt als plausibeler gepresenteerd.

Welke uitleg men aanhangt verandert niets aan de feestvreugde. Ter illustratie van de sfeer wordt een couplet van Frits Linssen (1981) aangehaald. Reageren kan via noord-midden@delimburger.nl.