Waarom Nederlands- en Belgisch-Limburg helemaal niet zo veel met elkaar hebben
In dit artikel:
De grensoverschrijdende samenwerking tussen Nederlands- en Belgisch-Limburg is de afgelopen jaren vrijwel stilgevallen. Ideeën uit het begin van deze eeuw, zoals een tramverbinding tussen Hasselt en Maastricht, een gezamenlijke universiteit, extra busverbindingen en een spoorlijn tussen Weert en Antwerpen, zijn mislukt, blijven beperkt of zijn nooit gerealiseerd. Ook het Limburgcharter uit 2008, waarin beide provincies nauwere samenwerking beloofden rond onder meer arbeidsmarkt, diploma-erkenning en grensarbeid, heeft weinig blijvende resultaten opgeleverd.
Volgens Eric Lippens van BE-NL Connect spelen cultuurverschillen een belangrijke rol. Hoewel Nederlanders en Belgen dezelfde taal spreken, verschillen ze volgens hem in risicohouding, communicatie en projectaanpak. Nederlanders werken graag met uitgewerkte plannen, terwijl Belgen plannen eerder als aanpasbare kaders zien. Daardoor worden verschillen onderschat en ontstaan misverstanden.
Voormalig gouverneur Léon Frissen wijst daarnaast op nationale bureaucratie en tegenwerking vanuit Brussel en Den Haag. Politieke betrokkenheid en bestuurlijk overleg zijn bovendien sterk afgenomen. De regio’s ontmoeten elkaar nog vooral bij evenementen en werkbezoeken; een mogelijke gezamenlijke kandidatuur voor de Einstein Telescoop vormt een zeldzame uitzondering.
Ook de vaak aangehaalde gezamenlijke Limburgse geschiedenis blijkt minder hecht dan gedacht. De provincies waren alleen tussen 1815 en 1839 verenigd en ontwikkelden zich daarvoor grotendeels afzonderlijk. Nederlands-Limburgers richten zich tegenwoordig vooral op de Randstad, terwijl Belgisch-Limburg economisch verbonden is met de Vlaamse Ruit. De gedeelde taal en cultuur blijken daardoor geen vanzelfsprekende basis voor intensieve samenwerking.
Vandaag Inside: Dave Maasland vertelt In de Wandelgangen over zijn nieuwe tv-programma: 'Ik hoop echt...'