De grote stadsvastelaovesverenigingen wagen zich nog altijd niet aan een prinses: waarom niet?
In dit artikel:
In Limburg groeit diversiteit binnen carnaval, maar de oudste en grootste stadsvastelaovesverenigingen houden grotendeels vast aan een mannelijke prins. Vorig jaar brak Femke Bindels uit Heerlen die lijn in een dorpsvereniging: zij werd prins bij VV De Eekheuëre en kreeg veel positieve reacties, vooral van jonge meisjes die haar als voorbeeld zien.
De vernieuwing blijkt vooral uit kleinere clubs in wijken en dorpen; daar zijn prinsessen, homoparen en andere vormen van hoogheden al meer geaccepteerd. De traditionele stadsverenigingen, veelal aangesloten bij de Samenwirkende Limburgse Vastelaovesvereniginge (SLV), behouden echter de gewoonte een mannelijke prins uit te roepen. Vijf grootstedelijke verenigingen die in het artikel aan het woord komen (Alaaf Kirchroa 1936, De Tempeleers, De Marotte, D’n Uul en Jocus) noemen traditie en het karakter van hun jaarlijkse theaterstuk in de Rijnlandse traditie als hoofdreden. Bestuurders wijzen erop dat vrouwen wel degelijk actief zijn binnen hun verenigingen en in leidinggevende posities, maar dat de rol van prins primair als mannelijk archetype wordt gezien.
SLV-voorzitter Bart Maes benadrukt dat in de statuten geen bindende eis staat dat de prins altijd een man moet zijn en noemt de vastelaovend een levend immaterieel erfgoed dat zich kan aanpassen. Toch geven veel stadscarnavalsverenigingen aan nauwelijks signalen te ontvangen dat er in hun achterban breed draagvlak is voor vrouwelijke stadshoogheden; lokale enquêtes, zoals die van Jocus in Venlo, lieten zien dat de kwestie nauwelijks speelt. Bestuurders vragen zich ook af of jonge vrouwen zich bewust zijn van de lasten en tijdsinvestering die het prinschap met zich meebrengt.
Tegelijkertijd wordt het vasthouden aan alleen mannelijke hoogheden door anderen als uitsluiting bestempeld. Voormalig Europarlementariër Vera Tax noemde het afwijzen van vrouwen voor het hoogste ambt pure discriminatie en wijst erop dat carnaval van iedereen is, ook van belastingbetalende vrouwen die bijdragen aan subsidiepotjes. Robert Housmans, voorzitter van de Bond Carnavalsverenigingen Limburg (165 aangesloten clubs), pleit voor open selectie op kwaliteit: wie het beste past als hoogheid moet worden gekozen, ongeacht geslacht. Hij wijst op succesvolle voorbeelden als C.V. De Foetelaers in Nieuwstadt, waar een vrouwelijke vorst actief is.
Kortom: in dorpen en kleinere verenigingen is inclusiviteit al gangbaar, terwijl de grootste stadscarnavalsorganisaties vasthouden aan traditie en de rol van prins als mannelijk fenomeen. De discussie draait om de balans tussen behoud van lokale tradities en het streven naar meer representativiteit en gelijke kansen binnen het Limburgse carnavalsleven.