Zo is het om gebruik te maken van een deelauto: 'Als tweede auto heel handig'
In dit artikel:
Meer dan tien jaar nadat de eerste deelauto in Limburg verscheen, blijft autodelen in de provincie kleinschalig maar wel in beweging. Waar in 2014 nog zo’n 194 deelauto’s werden geregistreerd, staan er nu ongeveer 110; in Amsterdam daarentegen zijn er ruwweg 3.500. Twee aanbieders die actief zijn in Limburg — OnzeAuto en Greenwheels — geven een beeld van de huidige situatie en de kansen en beperkingen.
OnzeAuto is sinds circa drie jaar in Limburg aanwezig en heeft verspreid over de provincie zo’n twintig voertuigen, meestal met circa 25 gebruikers per auto. Greenwheels meldt 88 auto’s in Limburg, met sterke concentraties in steden als Maastricht en Venlo; in Maastricht is het wagenpark vorig jaar uitgebreid van 12 naar 28 auto's. Samen leveren de twee partijen naar schatting zo’n 2.750 actieve gebruikers in de provincie.
Limburg blijft achter bij grote steden omdat veel bewoners in landelijke gebieden standaard een eigen auto nodig hebben voor woon-werkverkeer of boodschappen. Toch wijzen aanbieders erop dat deelmobiliteit aantrekkelijk kan zijn: financieel omdat vaste kosten zoals verzekering en afschrijving verdwijnen en gebruikers alleen betalen voor tijd en kilometers; en maatschappelijk omdat het ruimte in straten teruggeeft en deelname aan elektrische mobiliteit vergemakkelijkt voor mensen die anders geen auto (of elektrische auto) zouden kunnen veroorloven. OnzeAuto legt de nadruk op kleinschalige, lokale hubs in dorpskernen waardoor buurtbewoners elkaar kennen en zorgvuldiger met auto’s omgaan; Greenwheels biedt ook anoniemer verhuur via apps.
Praktijkvoorbeeld: een gezin in Horst deelt sinds een half jaar met ongeveer tien anderen één auto en verkocht daarmee een van hun twee voertuigen. Ze zeggen bewuster met mobiliteit om te gaan, gebruiken de fiets vaker voor korte ritten en vinden het prettig dat jonge chauffeurs in een relatief nieuwe auto rijden zonder directe persoonlijke aansprakelijkheid bij schade. Nadelen zijn vooral kleine ongemakken zoals een korte loopafstand en iets meer plannen.
Technologie en beleid spelen een belangrijke rol bij verdere invoering. Historisch gezien bestaat autodelen al lang (denk aan de Witkar in de jaren ’60), maar de komst van apps heeft het proces sterk vereenvoudigd. Er lopen ook experimenten waarbij voertuigen op afstand naar gebruikers worden gestuurd — een stap richting autonoom rijden die binnen vijf tot tien jaar grootschaliger zou kunnen worden. Daarnaast benadrukken leveranciers het belang van samenwerking met gemeenten, provincies en projectontwikkelaars; in regio’s waar overheden actief meewerken (zoals Zeeland en Noord-Brabant) gaat adoptie sneller. Initiatieven zoals samenwerking met Zuid-Limburg Bereikbaar en projecten in Roermond tonen hoe schaalvoordelen en bekendheid kunnen toenemen.
Kortom: autodelen in Limburg is nog niche maar groeit voorzichtig. Het concept wordt gewaardeerd vanwege duurzaamheid, betaalbaarheid en lokale meerwaarde, maar voor grotere doorbraken zijn beleidssteun, samenwerking met ontwikkelaars en technologische ontwikkelingen nodig.